Fysische kenmerken (water en bodem)
Reliëf
Omwille van de plaatselijk zeer ongelijkmatige opstortingen in het
gebied is er een zeer grote verscheidenheid in reliëf die het haast
onmogelijk maakt om een duidelijke en gedetailleerde beschrijving ervan
te geven.
De Populierenaanplanting ligt over het algemeen echter ruim 1
meter lager dan de rest van het gebied.
Ook Plevierenhoek ligt enkele
meters lager dan het omliggende opgestorte gedeelte (Nieuwe Graspolder).
Het Rietveld, gelegen in het noordwesten van het gebied ligt samen met
de Oude Boomgaard ongeveer 0,5 tot 1 meter lager dan de omliggende
delen. Het microreliëf ontstaan als gevolg van de ongelijkmatige opstorting geeft
aanleiding tot het ontstaan van nat-droog gradiënten.
Bodem
De bovenste bodemlagen in het grootste deel van de Hobokense
Polder bestaan uit aangevoerd materiaal (2 tot 5 m).Hieronder vinden we het alluvium, een relatief ondoorlatende laag
bestaande uit kleigronden en veen.Hieronder
bevindt zich het watervoerend kwartair zandcomplex welk rust op de
ondoorlatende Boomse klei .
Als gevolg van de opstortingen bestaan de bovenste bodemlagen
waarschijnlijk uit erg heterogeen materiaal.
Aan de hand van enkele boringen uitgevoerd in 1992 kunnen een
aantal zaken afgeleid worden. In eerste instantie werd bevestigd dat de
ondergrond uit een sterk wisselende samenstelling bestaat.
In het
Centrale deel bleek de aard van de ondergrond echter in haast alle
boringen te bestaan uit het Antwerpiaan (afkomstig van de uitgraving van
de Kenedytunnel). Deze grondlaag is overal bedekt met een laag humus
(gemiddelde dikte 10 - 20 cm) welke donkerbruin van kleur is. Het
Antwerpiaan is een kleiige zandgrond die een relatief klein
permeabiliteitsvermogen bezit, m.a.w. het water loopt hier niet zo
makkelijk doorheen. Doch dit vermogen is afhankelijk van de aanwezige
hoeveelheid klei. Deze blijkt nogal te variëren doch op een diepte van
ongeveer 1 meter vinden we hiervan plaatselijk grotere hoeveelheden
terug.